264 IV. Anhang.
Deze kennisgeving moet bij een voortgezet verblijf in het buitenland
telkens binnen tien jaren opnieuw worden gedaan.
Voor vestiging og verblijf in Duitschland geldt dit bewijs slechts vijf jaren
na de dagteekening ervan of van de laatste daarop voorkomende vernieuwing
van de verklaring, dat de houder Nederlander of Nederlandsche is. (Art. 1
vestigingsverdrag en nota’s Staatsblad n°. 279 van 1906.)
Ter bespoediging van de afgifte van een nationaliteitsbewijs is het bevorderlijk,
dat de aanvrage daartoe rechtstreeks worde gezonden aan den burgemeester
van de gemeente in Nederland, waar de belanghebbende woont of
het laatst heeft gewoond dan wel (zoo hij nimmer hier te lande woonde)
waar zijne ouders het laatst hebben gewoond. Bij de aanvrage is opgave
te doen van naam, voornamen, plaats en tijdstip der geboorte van den belanghebbende
en van diens ouders, eventueel ook van zijne echtgenoote en van
ziine minderjarige kinderen, alsmede van het tijdstip, waarop vorenbedoelde
laatste woonplaats in Nederland werd verlaten. Door genaturaliseerden en
hunne kinderen ware bovendien melding te maken van het jaar en het nummer
van het Staatsblad, waarin de op hen betrekking hebbende naturalisatiewet
is geplaatst.
Hij, die onvermogend is om de kosten van een nationaliteitsbewijs te
betalen, dient daarvan te doen blijken door overlegging van een bewijs van
onvermogen, af te geven door den burgemeester zijner woonplaats in Nederland
of door den Nederlandschen Consul, die in of het meest nabij zijne
buitenlandsche woonplaats is gevestigd.
Nr. 15.
Bekanntmachung des Reichskanzlers, betreffend
die Vollziehung der Ausweisung von Ausländern
- aus dem Deutschen Reichsgebiet.
Vom 10. Dezember 1890 (CBl. S. 378).
Über die Vollziehung der Ausweisung von Ausländern aus dem Reichsgebiet
hat der Bundesrat die nachstehenden Vorschriften beschlossen.
Vorsehriften,
betreffend die Vollziehung der Ausweisung von Ausländern aus dem Reichsgebiet
auf Grund der $$ 39, 284 und 362') des Strafgesetzbuchs.
$ 1.
Die Ausweisung von Ausländern aus dem Reichsgebiet auf Grund der
SS 39, 284 und 862’) des Strafgesetzbuchs erfolgt entweder:
1) Jetzt auch auf Grund des $ 181a StGB. (RGes. vom 25. Juni 1900 — RGBl. S. 301). Im
übrigen siehe Anm. 6 I zu Art. 2 des doutsch-niederländischen Niederlassungsvertrages (S. 21).