Full text : Reichs-Gesetzblatt. 1898. (32)

männische  Geschäft  oder  Gewerbe  des
Konsularbeamten  betreffenden  Büchern
und  Papieren  vollständig  gesondert  sein.
Die  Amtsräume  und  Wohnungen  der
Berufskonsuln,  welche  Angehörige  des
Staates  sind,  der  sie  ernannt  hat,  sollen
jederzeit  unverletzlich  sein.  Die  Landesbehörden
  sollen,  soweit  es  sich  nicht  um
Verfolgung  von  Verbrechen  handelt,
ohne  Zustimmung  des  Konsuls  keine
Amtshandlung  dort  vornehmen.

Die  daselbst  niedergelegten  Papiere
und  Bücher  dürfen  in  keinem  Falle  durchsucht
  oder  mit  Beschlag  belegt  werden.

Artikel  14.

In  Fällen  der  Behinderung,  Abwesenheit
  oder  des  Todes  von  Generalkonsuln,
  Konsuln  oder  Vicekonsuln  sollen
die  Kanzler  und  Sekretäre,  insoweit  sie
als  solche  der  Regierung  des  Staates,
in  welchem  sie  ihren  Amtssitz  haben,
namhaft  gemacht  worden  sind,  von
Rechtswegen  befugt  sein,  einstweilen  die
konsularischen  Amtsbefugnisse  auszuüben,
und  sie  sollen  während  dieser  Zeit  die
Freiheiten  und  Privilegien  genießen,
welche  nach  diesem  Vertrage  damit  verbunden
  sind.

Artikel  15.

Die  Generalkonsuln,  Konsuln  und
Vicekonsuln  oder  Konsularagenten  können
in  Ausübung  der  ihnen  zuertheilten
Amtsbefugnisse  sich  an  die  Behörden
ihres  Amtsbezirkes  wenden,  um  gegen
jede  Verletzung  der  zwischen  beiden
Theilen  bestehenden  Verträge  oder  Ver-Reichs=

  Gesetzbl.  1898.

101

afgezonderd  zijn  van  de  boeken  en
papieren  betreffende  het  wellicht
door  den  consulairen  ambtenaar
gedreven  koopmansvak  of  bedrijf.
De  ambtsvertrekken  en  woningen
der  Consules  Missi,  die  onderhoorigen
zijn  van  den  staat,  welke  hen  benoemd
  heeft,  zullen  te  allen  tijde
onschendbaar  zijn.  De  landsoverheid
  zal,  voor  zoover  het  geene
vervolging  van  misdaden  betreft,
zonder  toestemming  van  den  Consul
daar  geene  ambtelijke  handeling
verrichten.  

De  daar  berustende  papieren  en
boeken  mogen  in  geen  geval  onderzocht
  of  in  beslag  genomen  worden.

Artikel  14.

In  gevallen  van  verhindering,
afwezigheid  of overlijden  van  Consuls-Generaal,
  Consuls  of  Vice-Consuls
zullen  de  Kanseliers  en  Secretarissen,
voor  zoover  zij  als  zoodanig  aan
de  regeering  van  den  staat,  in
welken  zij  hun  ambtszetel  hebben,
bekend  zijn  gemaakt,  van  rechtswege
  bevoegd  zijn,  tijdelijk  de  consulaire
  ambtsbevoegdheden  uit  te
oefenen,  en  zij  zullen  gedurende
dezen  tijd  de  vrijdommen  en  voorrechten
  genieten,  welke  volgens  dit
verdrag  daaraan  verbonden  zijn.

Artikel  15.

De  Consuls-Generaal,  Consuls  en
Vice-Consuls  of  Consulaire  Agenten
kunnen  in  de  uitoefening  der  hun
verleende  ambtsbevoegdheden  zich
aan  de  autoriteiten  in  hun  ressort
wenden  om  aop  te  komen  tegen  elke
schending  der  tusschen  beide  partijen

21