Full text : Gesetz-Sammlung für die Königlich Preußischen Staaten. 1900. (91)

e)  zur  Führung  von  Segelschiffen  von
böchstens  1000  Centner  Tragfähigkeit
  auf  bestimmten  kurzen  Rheinstrecken
  oberhalb  Worms  die  praktische
  Ausübung  des  Schiffahrtsgewerbes
  während  mindestens  zwei
Jahren,  wobei  wenigstens  zeitweilig
das  Ruder  geführt  worden  ist,  und
die  Vollendung  des  18.  Lebensjahrs.


2.  Denjenigen,  welche  die  Abgangsprüfung
  an  einer  von  der  Zentralkommission
  für  die  Rheinschiffahrt  als
dazu  geeignet  erklärten  Schifferschule
bestanden  haben,  ist  das  Patent  oder
die  Bescheinigung  zu  ertheilen,  wenn
sie  mindestens  vier  Jahre  oder  bei  der
Führung  von  Dampfschiffen  fünf  Jahre
die  Schiffahrt  praktisch  ausgeübt  und
das  21.  Lebensjahr  vollendet  haben.

3.  Das  Schifferpatent  oder  die  in
Artikel  18  der  Rheinschiffahrts-Akte  bezeichnete
  Bescheinigung  wird  für  bestimmte
  Strecken  des  Rheins  oder  den
ganzen  Rhein  ertheilt,  mit  der  Maßgabe,
  daß  mindestens  die  Hälfte  der
nach  Ziffer  1  lit.  a  und  b  erforderlichen
Fahrzeit  auf  Schiffen  zugebracht  sein
muß,  welche  die  im  Patent  angegebene
Strecke  befahren.

In  dem  Falle  der  Ziffer  1  lit,  c  muß
die  Schiffahrt  während  zweier  vollen
Jahre  auf  der  Strecke,  für  welche  das
Patent  nachgesucht  wird,  ausgeübt
worden  sein.

Als  Fahrzeit  ist  nur  diejenige  Zeit
zu  rechnen,  welche  während  einer  Reise
thatsächlich  in  Ausübung  der  Schiffahrt
zugebracht  worden  ist.

Diese  Vereinbarung,  von  welcher  eine
Ausfertigung  jedem  der  oben  genannten

11

c)  voor  het  bestuur  van  zeilschepen
van  hoogstens  1000  centennar
ladlingsvermogen,  op  hepaalde
korte  vakken  van  den  Rüfn
boven  Worms  van  de  pruktische
Uitoelening  van  het  schippersbedriif
  gelmmende  minsters  twec
jaren  waarbis  minstens  vnn  tijad
tot  tiip  het  roer  bediend  is,  en
het  bereiken  van  den  leestijd
van  ten  volle  18  g#aar.

2.  Ann  hen  die  het  eindexumen
op  ren  door  de  Centrale  Commisie
voor  de  Rijuv#aart  uls  danrtoe  geschickt
  verklaarde  schippersschool
met  gocl  gevrolg  hebben  algelegd
is  het  patent  of  de  verklaring  uit
te  reiken,  wanneer  zij  minstens  vier
jaren  of  voor  het  bestuur  van  stoomschepen
  viil  juren,  de  scheepanrt
Draktisch  uitgeoelenden  den  leeitiid
van  ten  volle  21  zr  hereikt  hebben.

3.  Ilet  schipperspatent  ollde  in  artikel
  18  der  Rijnvnart-Akte  genormede
verklaring  worilt  voor  bepanlilc
vakken  van  den  Eijn  ol  vour  don
geheelen  Riju  uiigereikt,  met  dien
verstunde,  dat.  minstens  de  lielst  van
alen  volgens  cijler  1  letler  n  en  b
geverderden  vaartisl!  moct  ziin
doorgebrucht  on  schepen,  die  het  in
het  Latent  vermeld  gerleelte  bevaren

In  het  geval  van  cijler  1  letter  c
moct  de  scheepvanrt  gedurende  ten
volle  twec  jaren  op  het  geleelte
wanrvoor  het  patent  wordt  unn-Bgerfnagd.
  uitgeefelnl  zijn.

Als  vnaartisd  is  slechts  #lie  tiid  te
Deeekenen,  welke  gelurende  cene  reis
feitelikk  in  de  uitoefening  van  de
scheeprnart  is  doorgebracitt.

Ize  overeenkomst  wanrvan  een
exemplaar  ann  ieder  der  bovenge-