Full text : Reichs-Gesetzblatt. 1897. (31)

Artikel  16.

Die  vertragschließenden  Theile  werden
sich  gegenseitig  die  rechtskräftigen  Verurtheilungen
  von  Angehörigen  des  anderen
  Theiles  wegen  strafbarer  Handlungen
  jeder  Art  mit  Ausnahme  der
Uebertretungen  mittheilen.  Diese  Mittheilung
  wird  durch  die  auf  diplomatischem
  Wege  zu  bewirkende  Uebersendung
des  Strafurtheils  oder  eines  die  Entscheidung
  auszugsweise  enthaltenden  Vermerkes
  erfolgen.

Artikel  17.

Jeder  der  beiden  Hohen  vertragschließenden
  Theile  wird  alle  Rechte  und
Begünstigungen,  die  er  einem  dritten
Staate  in  Beziehung  auf  die  Frage,
wegen  welcher  strafbaren  Handlungen
die  Auslieferung  zu  bewilligen  ist,  seit
dem  1.  September  1886  eingeräumt
hat  oder  in  Zukunft  einräumen  sollte,
dem  anderen  Theile  zu  Statten  kommen
lassen,  insoweit  dieser  im  gleichen  Falle
die  Auslieferung  gewährt.

Die  vertragschließenden  Theile  werden
sich  gegenseitig  die  seit  dem  1.  September
1886  abgeschlossenen  Verträge  mittheilen,
durch  die  sie  dritten  Staaten  Rechte  und
Befugnisse,  die  nach  Absatz  1  dem  anderen
  Theile  zu  Statten  kommen  sollen,
eingeräumt  haben,  und  werden  sich  auch
in  Zukunft  alle  Verträge  dieser  Art,
sobald  sie  in  Kraft  getreten  sind,  mittheilen.
  Sie  werden  sich  gleichfalls
davon  Mittheilung  machen,  wenn  ein
Vertrag,  von  dem  hiernach  Mittheilung
zu  machen  war,  wieder  außer  Kraft  tritt.

- 744 -Artikel

  16.

De  contractcerende  Staten  zullen
elkander  over  en  weer  mededeelen
alle  rechtskracht  verkregen  hebbende
  strafvonnissen,  waarbij  onderdanen
  van  den  anderen  Staat
zin  veroordeeld  geworden  wegens
strafbare  feiten,  van  welken  aard
Ook,  met  uitzondering  van  „0vertredingen
  .  Deze  moededeeling  geschiedt
  door  toezending  langs  diplomatieken
  weg  van  het  strafvonnis
Of  van  een  bericht,  dat  een  uittreksel
  der  beslissing  bevat.

Artikel  17

leder  der  beide  hooge  contracteerende
  Staten  zal  alle  rechten  en
begunstigingen,  welke  hij  aan  eenen
derden  Staat  met  betrekking  tot
de  vraag,  wegens  welke  strafbare
feiten  de  uitlevering  toe  te  staan  is,
sedert  den  Isten  September  1886  ingewilligd
  heeft  of  in  de  toekomst
inwilligen  zal,  cook  den  anderen
contracteerenden  Staat  inwilligen,
indien  deze  eveneens  voor  hetzelfde
Leval  de  uitlevering  toestaat.

De  contracteerende  Staten  zullen
aan  elkander  wederzijds  mededeeling
doen  van  de  sedert  den  1sten  September
  1886  gesloten  verdragen,
bi;  welke  zi)  aan  derde  Staten
rechten  en  bevoegdheden,  welke,
overeenkomstig  het  bepaalde  in
alinea  1,  aan  den  anderen  contracteerenden
  Staat  moeten  toekomen,
ingewilligd  hebben,  en  zullen  aan
elkander  ook  in  de  toekomst  van
het  sluiten  van  alle  dergelijke  verdragen
  kennis  geven,  zoodra  deze
vah  kracht  geworden  zijn.  Eveneens
  zullen  zij  elkander  kennis  geven