Artikel 19.
Der gegenwärtige Vertrag wird ratifizirt
werden. Er soll drei Monate nach
der Auswechselung der Ratifikationsurkunden,
die sobald als möglich bewirkt
werden wird, in Kraft treten.
Von diesem Zeitpunkt ab verlieren die
früher zwischen einzelnen Staaten des
Deutschen Reichs und den Niederlanden
abgeschlossenen Verträge über die Auslieferung
von Verbrechern ihre Gültigkeit.
An deren Stelle tritt der gegenwärtige
Vertrag, welcher von jedem der
beiden vertragschließenden Theile aufgekündigt
werden kann, jedoch nach erfolgter
Aufkündigung noch sechs Monate
lang in Kraft bleibt.
Zu Urkund dessen haben die beiderseitigen
Bevollmächtigten den gegenwärtigen
Vertrag unterzeichnet und mit
dem Abdruck ihrer Siegel versehen.
Ausgefertigt in doppelter Urschrift
in Berlin, den 31. Dezember 1896.
(L. S.) Michelet von Frantzius.
(L. S.) D. A. W. van Tets van Goudriaan.
- 746 -
Artikel 19.
Het tegenwoordig verdrag 2zal
bekrachtigd worden. Het zal drie
maanden na de uitwisseling der
akten van ratilticatie, waartoe 200
spoedig mogelijk zal worden overgegaan,
in werking treden. Van
dit tiidstip verliezen de vroeger
tusschen enkele Staten van het
Duitsche Rikk en Nederland gesloten
overeenkomsten tot uitlevering
van misdadigers hare geldigheid.
In hare plaats treedt het
tegenwoordig verdrag dat door ieder
der beide contracteerende Staten
kan opgezegd worden, doch na opzegging
nog gedurende zes maanden
Van kracht bliztt.
Ten bliskke waarvan de wederzijdsche
gevolmachtigden dit verdrag
onderteckend en met den afdruk
van hun zegel voorzien hebben.
In dubbel opgemaakt te Berlijn,
den 31 sten December 1896.
(L. S.) Michelet von Frantzius.
(L. S.) D. A. W. van Tets Van Coudriaan.
Der vorstehende Vertrag ist ratifizirt worden und die Auswechselung der
Ratifikations-Urkunden hat am 23. Oktober 1897 in Berlin stattgefunden.