Landesgesetze vorgeschriebenen Maßregeln
treffen und den Bestand des Nachlasses
in möglichst kurzer Frist nach Ablauf
der im Artikel 20 bestimmten Frist der
gedachten Konsularbehörde übermitteln.
Es versteht sich von selbst, daß von
dem Augenblick an, wo der zuständige
Konsularbeamte erschienen sein oder einen
Vertreter an Ort und Stelle geschickt
haben sollte, die Ortsbehörde, welche
etwa eingeschritten ist, sich nach den in
den vorstehenden Artikeln enthaltenen
Vorschriften zu richten haben wird.
Artikel 27.
Erscheint ein Angehöriger eines der
beiden Staaten an einem im Gebiete
des anderen Staates eröffneten Nachlasse
betheiligt, so soll, auch wenn der Erblasser
Angehöriger des letzteren oder eines
dritten Staates war, die Ortsbehörde die
nächste Konsularbehörde von der Eröffnung
des Nachlasses unverzüglich in
Kenntniß setzen.
Artikel 28.
Die Bestimmungen des gegenwärtigen
Vertrages sollen in gleicher Weise auf
den Nachlaß eines Angehörigen eines
der beiden Staaten Anwendung finden,
der, außerhalb des Gebiets des anderen
Staates verstorben, dort bewegliches
oder unbewegliches Vermögen hinterlassen
hat.
227
schap alle door de landswetten
voorgeschrevene maatregelen nemen,
en het bedrag der nalatenschap in
200 kort mogeliken tid na het
Verstrikken van den in artikel 20
bepaalden termijn aan den bedoelden
consulairen ambtenaar overmaken.
Het spreekt van zelf, dat van
het oogenblik waarop de bevoegde
consulaire ambtenaar verschenen
is of een vertegenwoordiger ter
plaatse gezonden heeft, de plaatselikke
autoriteit, al heeft, zij reeds
stappen gedaan, zich naar de in de
vorige artikelen vervatte voorschriften
heeft te gedragen.
ARTIXEL 27.
Is een onderhoorige van een der
beide staten belanghebbende bij
eene op het gebied van den anderen
staat opengevallen nalatenschap dan
zal, ook indien de erflater onderhoorige
van laatstgemelden of van
een derden staat was, de plaatselike
autoriteit aan den naastbijzijnden
consulairen ambtenaar van het
penvallen der nalatenschap onverwijld
kennis geven.
ARTIxEL 28.
De bepalingen van dit tractaat
zullen op gelijke wijze toepasselijk
ziin op de nalatenschap van een
onderhoorigen van een der beide
staten die, overleden buiten het
grondgebied van den anderen staat,
aldaar roerend of onroerend goed
heeft nagelaten.