Full text : Reichs-Gesetzblatt. 1898. (32)

lassen,  so  soll  derselbe  noch  ein  Jahr
von  dem  Tage  ab  in  Geltung  bleiben,
an  welchem  der  eine  oder  der  andere
der  vertragschließenden  Theile  denselben
gekündigt  haben  wird.

Die  vertragschließenden  Theile  behalten
sich  die  Befugniß  vor,  nach  gemeinsamer
Verständigung  in  diesen  Vertrag  jederlei
Abänderungen  aufzunehmen,  welche  mit
dem  Geiste  und  den  Grundlagen  des—
selben  nicht  im  Widerspruche  stehen  und
deren  Nützlichkeit  durch  die  Erfahrung
dargethan  sein  sollte.

Zur  Urkund  dessen  haben  die  beiderseitigen
  Bevollmächtigten  den  gegenwärtigen
  Vertrag  unterzeichnet  und  ihre
Siegel  beigedrückt.

So  geschehen  zu  Berlin,  den  28.  April
1897.  

(L.  S.)  Freiherr  von  Marschall.
(L.  S.)  Dr.  Hendrik  P.  N.  Muller.

105

geeft  om  de  werking  van  het  traktaat
  te  doen  ophouden,  zoo  zal  het
nog  een  Jaar  van  kracht  blijven
van  den  dag  af,  waarop  de  eene
of  de  andere  der  contracteerende
partijen  het  zal  hebben  opgezegd.

De  contracteerende  partijen  behouden
  zich  de  bevoegdheid  voor
na  gemeenschappelifk  overleg  in
dit  verdrag  alle  veranderingen  op
te  nemen,  welke  met  den  geest  en
de  grondslagen  ervan  niet  in  strijd
zijn,  en  welker  nut  door  de  ervaring
  mocht  zijn  gebleken.

Ter  oorkonde  daarvan  hebben
de  wederzijdsche  gevolmachtigden
het  tegenwoordige  traktaat  onderteekend
  en  met  hunne  zegels  voorzien.


Aldus  gedaan  te  Berlijn,  den
28.  April  1897.

(L.  S.)  Dr.  Hendrik  P.  N.  Muller.
(L.  S.)  Freiherr  von  Marschall.



Der  vorstehende  Vertrag  ist  ratifizirt  worden  und  die  Auswechselung  der
Ratifikationen  hat  zu  Berlin  am  17.  März  1898  stattgefunden.





Reichs=  Gesetzbl.  1898.